Het voorwoord van “Op weg naar de bevrijding”

Op het moment dat ik dit voorwoord schrijf, werk ik aan mijn derde oorlogsboek. Over een Nederlandse jongen die op zijn zeventiende naar Duitsland wordt gestuurd om dwangarbeid te verrichten in een Duitse kruitfabriek. Het tweede oorlogsboek dat ik schreef is De vergeten strijd. Dit boek gaat over Sikke Dijkema, die als soldaat de jungle van Nederlands-Indië in wordt gestuurd. Ik ben dit boek gaan schrijven door de zeer positieve reacties op het boek dat je nu vasthoudt: Op weg naar de bevrijding. Dat was het eerste boek over oorlog dat ik ooit schreef. Alle hoofdpersonen van deze boeken heb ik thuis geïnterviewd. Alle drie de verhalen maakten diepe indruk op me. Deze verhalen moesten beslist worden bewaard.

Eigenlijk wilde ik nooit een oorlogsboek schrijven. Ik wilde een oorlog niet voorstellen als een opwindende tijd. Zo van: toen viel er nog eens wat te beleven. Nu denk ik dat er juist wel oorlogsboeken geschreven moeten worden. Eerlijke oorlogsboeken. Een oorlog is aan de ene kant een tijd van heldenmoed. Maar er zijn lang niet zoveel helden geweest als sommige boeken suggereren. Oorlog is vooral een tijd van diepe ellende, en je mag dankbaar zijn als je dat niet mee hoeft te maken.

 

Douwe Albada, de hoofdpersoon van dit boek, wilde zijn verhaal vertellen met een reden. Hij vond het belangrijk dat de jeugd van vandaag weet wat er toen gebeurde. Om te leren beseffen dat de vrijheid die wij nu hebben een geweldige gave van onze God is. Het is dan ook geen wonder dat ik blij ben dat Op weg naar de bevrijding opnieuw verschij

 

De eerste uitgave had voor Douwe Albada ingrijpende gevolgen. De burgemeester van Gouda kreeg het manuscript toegestuurd en was meteen enthousiast. Hij organiseerde op 5 mei 1995, bij de viering van vijftig jaar bevrijding, een reünie voor mensen die in de oorlogsjaren bij Douwe Albada in de klas gezeten hadden. Zelfs uit Australië en Canada kwamen oudklasgenoten om ‘meester Albada’ nog eens te ontmoeten! Hij werd samen met zijn vrouw door de stad gereden in een open koets, langs dezelfde weg die hij vijftig jaar daarvoor op de motor had afgelegd. Dat ik deze dag mocht meemaken was een van de hoogtepunten uit mijn schrijverscarrière. Het boek vond zijn weg naar een breed publiek en werd enige malen herdrukt.

 

Op verzoek van Douwe Albada waren alle namen in het boek veranderd, behalve die van prins Bernhard. Ook Douwe zelf kreeg in de eerste uitgave van het boek een andere naam: Dirk Aalbers. In de loop der jaren herkenden sommige mensen gebeurtenissen uit het boek. Ik werd enige malen benaderd met de vraag wat de werkelijke naam was van Dirk Aalbers. Inmiddels is de heer Albada overleden. In overleg met zijn weduwe en kinderen werd besloten dat de werkelijke naam van ‘Dirk Aalbers’bekend mag worden. Vandaar dat vanaf de vorige editie het pseudoniem is verdwenen

 

Douwe Albada was in het noorden een prominent figuur, vooral in onderwijskringen. In de loop van de jaren hebben duizenden leerlingen les van hem gehad op de basisschool of in het voortgezet onderwijs. Nog eens duizenden hebben hem gekend als directeur. Ik hoop dat door dit boek in de toekomst opnieuw veel mensen onder de indruk zullen komen van zijn unieke verhaal.

 

Bert Wiersema