Bert Wiersema









Toen ik voor de klas stond bleek dat ik heel aardig kon vertellen. Schrijfplannen had ik niet. Wel herinner ik mij dat ik het schrijven altijd al wel leuk heb gevonden. Ik heb heel wat artikeltjes in verschillende schoolkranten geschreven. Toch ben ik schrijver geworden. Ik had namelijk het geluk dat ik pech kreeg. Dat klinkt gek, maar als dit niet gebeurd was, was ik vast geen schrijver geworden. Erg zuinig op mijn stem was ik bij het vertellen vaak niet. Op een keer waren mijn stembanden zo beschadigd dat ik thuis kwam te zitten. En toen ben ik uit verveling gaan schrijven. Eerst een ridderverhaal dat ik wel eens in de klas vertelde.

Mijn schoonvader had in die tijd een minicamping bij zijn boerderij (Ja, de boerderij heet Hericks. Net zoals de boerderij uit het eerste deeltje van Chris en Jorieke) Op die camping logeerde een schrijver die mijn verhaal las. Hij vond het erg mooi en vroeg of ik een verhaal wilde schrijven voor het jeugdblad Rechte Sporen. Daarvoor schreef ik het verhaal Avontuur op Terschelling. Dit heb ik later aangepast tot een Chris en Jorieke verhaal, deel 10 uit de serie.

Toen mijn verhaal ik het jeugdblad geplaatst werd had ik de smaak te pakken. Ik schreef een feuilleton over de boerderij van mijn schoonvader, bedoeld voor het Nederlands Dagblad. Maar daar heeft het nooit ingestaan. Het kwam terecht bij uitgeverij de Vuurbaak, die in het zelfde gebouw zit. Zij vonden het goed genoeg om uitgegeven te worden. Tja, en dan ben je ineens schrijver.