|
Iris en Ko deel 7.
Koos houdt elke dag de brievenbus in de gaten. Hij hoopt dat het krantenartikel uit het vorige boek de eerste echte opdrachten op zal gaan leveren. Maar er komt steeds niks. Vader is het huis aan het verven. Hij staat met de ladder bij Koos voor het raam en probeert hem wat op te beuren wat niet echt wil lukken. ’s Avonds vindt Koos tot zijn grote verbazing een enveloppe onder zijn kussen. De schrijver stelt zich voor als iemand die min of meer collega-detective is. Hij is via vaders ladder naar binnen gekomen. Hij heeft en geval onder handen waar hij niet uit komt. Hij kan Koos’ hulp en advies misschien wel gebruiken. Maar Koos mag niks aan zijn ouders vertellen. Als hij mee wil doen moet hij een antwoordenveloppe onder de dikke steen in de voortuin leggen met de zin: Ik doe mee. JB zal via de steen contact met hem opnemen als hij de brief daar vindt. Koos weet niet wat hij er mee moet, maar is wel gevlijd. Hij besluit morgen met Iris te overleggen. De volgende morgen laat hij op zijn kamer de brief aan Iris lezen. Die vindt het maar niks. Zoiets moet je niet buiten je ouders om doen. Er ontstaat ruzie. Iris loopt boos weg. Koos besluit om wel mee te doen. Hij stopt het briefje:”Ik doe mee.” Onder de steen. Hij voelt zich er intussen toch niet echt lekker bij dat hij zijn ouders bedriegt. De volgende dag vindt hij een brief van JB. Hij bedankt Koos dat hij mee doet. Binnenkort kan hij nieuwe instructies verwachten. Nog eens dringt JB er op aan niks tegen de ouders te zeggen. Deze keer staat er onder J. Bo. Koos wordt bevestigd in het idee dat hij met James Bond samen gaat werken. Een paar dagen later vindt Koos weer een brief van JB. Hij moet naar een oud fabriekspand komen dat op het punt staat gesloopt te worden. Deze keer is de brief getekend met Ja. Bo. Wie kan dat toch zijn? Koos vindt het toch wel een beetje link. Hij besluit nog eens met Iris te overleggen. Tot zijn grote verbazing doet Iris mee. Kaper nemen ze ook mee. Zo is het toch niet echt gevaarlijk. Toch?
|