|
LBoris Vukelic verlaat het gemeentehuis en rijdt met zijn dienstwagen, een Audi A6, naar de haven. Parkeren is hier lastig. Hij zet de auto op de stoep op een plek waar dat niet mag. Als burgermeester is hij tevens hoofd van de politie. Iedere agent kent de wagen en zal het niet in zijn hoofd halen er een bekeuring achter de ruitenwisser te steken. Aan een privésteiger ligt het prachtige jacht van Milan. Iedere keer weer kijkt Boris naar sierlijke lijnen van het miljoenenjacht. Twee dekken een grote flying bridge met zonnedek. Milan heeft wel een appartement in de stad, maar op het jacht woont hij comfortabeler. Als Milan niet op zijn landgoed op een privé eiland voor de Dalmatische kust is, brengt hij meestal zijn tijd door in Zader. De drie casino’s in de stad zijn allemaal van hem en zorgen voor een constante geldstroom. Over de betonnen dwarssteiger slentert hij in de richting van het drijvende paleis. Een loopplank met leuningen voert naar het achterdek. Als hij een voet op de plank gezet heeft komt meteen een van Milans bodyguards naar hem toe. ‘Goedemiddag meneer Vukelic.’ ‘Dag, ik heb een afspraak met Milan.’ ‘Dat weet ik volgt u mij maar.’ Boris volgt de bodyguard waarvan hij weet dat hij Drago heet. Ze lopen door het brede gangboord. Een stalen wenteltrap brengt hen naar het bovendek. Milan ligt in een dekstoel. Een dunne Cubaanse sigaar steekt als een boegspriet uit zijn mondhoek. Meteen komt de zakenman met een brede grijns uit zijn stoel en loopt met uitgestoken hand naar de burgemeester. ‘Boris, mijn vriend, ga zitten. Wat wil je drinken?’ ‘Doe maar iets fris.’ ‘Iets fris? Iets fris? Ik heb een briljant plan! We hebben misschien iets te vieren! Ik laat je een Corona inschenken, da’s een fris Mexicaans biertje.’ Hij knipt met de vingers en wijst naar een van zijn bemanningsleden die in een onberispelijk wit uniform achter de bar staat. ‘Twee Corona’s, koud.’ De man trekt achter de bar een koelkast open en pakt er twee slanke goudgele flesjes uit. Het sist even als de doppen verwijderd worden. De man presenteert het bier met een nat glas op een zilveren dienblad. Milan wappert met zijn hand naar de bodyguard en de kelner. ‘Kunnen jullie even ergens anders heen gaan. Boris en ik moeten praten.’ De beide mannen vertrekken onmiddellijk. Boris gaat op een van de dekstoelen zitten. Langzaam schenkt hij het blond schuimende bier in zijn bolle glas. ‘Je had een idee om onze tentoonstelling op de kaart te zetten? Wereldwijd?’ Terwijl hij met de duim zijn flesje vasthoudt wijst Milan met zijn wijsvinger naar zijn kameraad. ‘Juist! Wereldwijd! Wij gaan een stunt uithalen.’ Volgende
|