![]()
Hoe word je schrijver? Ik zal je vertellen hoe dat in mijn geval gegaan is. Ik had namelijk het geluk dat ik pech kreeg. Dat zal ik je uitleggen. Mijn hele leven heb ik schrijven wel leuk gevonden. Als we vroeger opstellen moesten schrijven vond ik dat een heerlijke opdracht.
Later schreef ik bijvoorbeeld geregeld stukjes in schoolkranten. Maar nooit met in mijn achterhoofd dat ik wel eens schrijver zou kunnen worden. Vertellen dat kon ik wel. Toen ik onderwijzer was geworden had ik al gauw de reputatie dat ik dat heel goed kon. En dus gebruikte ik dit talent ook veel in mijn lessen en daarbuiten. Daarbij ontzag ik mijn stem niet.
Woeste leeuwen kon je drie lokalen verder horen brullen. Tja, en dat is niet zo goed voor je stem. En vlak voor een vakantie was ik mijn stem helemaal kwijt. Ik was ontzettend hees. Dat was ik wel vaker en dat ging meestal snel weer over. Maar deze keer niet. En dus moest ik ermee naar de dokter. Die stelde vast dat het met mijn stembanden niet best was gesteld. Ik mocht zes weken niet praten, zelfs niet fluisteren. En dat valt niet mee, dat kan ik je wel vertellen. Uit pure verveling ben ik toen gaan schrijven. Eerst een soort van ridderverhaal. En dat op een typemachine. Computers waren toen nog heel erg duur. Dat verhaal had ik gekopieerd en samengebonden tot iets wat al een beetje op een boek leek. In die tijd had mijn schoonvader een boerderij waarbij hij ook een boerencamping had. Op die camping stond toen eens een echte schrijver, die ik vertelde dat ik ook iets had geschreven. Gelukkig had ik op de boerderij een exemplaar van mijn ‘boek’. Hij had het die middag in één ruk uitgelezen en was razend enthousiast. Er was hem gevraagd om een vervolgverhaal voor een jeugdblad te schrijven en daar had hij niet zo veel zin in. Of ik dat zag zitten. Geen ridderverhaal, maar een verhaal dat in onze tijd speelt. Ik schreef toen ‘Avontuur op Terschelling’ waar we net op vakantie waren geweest. Dat verhaal heb ik later herschreven voor in de Chris en Jorieke serie. Van het geld dat ik met het vervolgverhaal verdiende kon ik een tweedehands computer kopen met een harde schrijf van, hou je vast, twintig MB. Dat was toen heel wat. Daar heb ik het eerste verhaal van Chris en Jorieke op geschreven.
Ik had het geschreven in de vorm van een vervolgverhaal dat ik aan het Nederlands Dagblad aan zou bieden. Maar uitgeverij De Vuurbaak zat in hetzelfde gebouw als de krant en die hadden meteen belangstelling voor het verhaal. De directeur van de Vuurbaak kwam bij mij thuis. Hij kwam met het gouden idee om een meisje in een jongensboek te doen. Dat was toen heel ongebruikelijk. En dus werd Jorieke ingevoegd. En of ik het zag zitten om meer delen te schrijven. Ook dat kon ik zonder meer toezeggen, want ik was al met het volgende verhaal bezig. Op 21 november 1991 verschenen de eerste twee deeltjes tegelijkertijd. ‘Dagboek van een overval’ en ‘Smokkel op het IJsselmeer’. De serie was meteen een doorslaand succes en het ene na het andere deeltje rolde van de persen. Toen mijn oudste kinderen naar het voortgezet onderwijs gingen wilden ze dat ik ook voor die leeftijd ging schrijven en dus begon ik aan Logboek Lammers. Deze serie is gelukkig weer volop verkrijgbaar. Via mijn illustrator Jaap Kramer kwam ik in contact met Douwe Albada die mij zijn uitzonderlijke belevenissen in de tweede wereldoorlog vertelde. Het resultaat was het boek ‘Op weg naar de bevrijding’. Aangemoedigd door het succes van dit boek zocht ik contact met de vader van onze buurvrouw die in Indonesië gevochten had. Dat leverde het boek ‘De vergeten strijd’ op, dat met de nieuwe titel ‘Gevecht in het oerwoud’ weer volop verkrijgbaar is.
In 2005 maakte ik de overstap naar Uitgeverij Jongbloed, omdat ik technisch beter wilde leren schrijven. Mijn nieuwe uitgever stuurde me op een cursus, script+, in Amsterdam. Ik werd gecoacht door Aukelien Wierenga, een topredacteur. Het resultaat was ‘Wraak van de Wolf’, misschien wel mijn beste boek. Voor de basisschool begon ik aan de serie ‘Detectivebureau Iris en Ko’ waar ik nog steeds met heel veel plezier aan werk. Zo rond 2006 begon ik met Hans Mijnders, Roland Kalkman en Bram Kasse een schrijfvriendenclub, die nog steeds bestaat. We lezen elkaars manuscripten en geven elkaar op een opbouwende manier kritiek.
We hebben zelfs samen een boek geschreven. ‘De onmogelijke opdracht van de president’.
Naast Iris en Koos begon ik aan de serie ‘Simons Spectrum’ over een fotograaf die met zijn gezin allerlei avonturen beleeft.
In 2019 vroeg uitgever Mes of ik eenmalig een boekje voor hem wilde schrijven. Wat begon met het boek ‘Gegijzeld’ is uitgegroeid tot een fantastische samenwerking die al een hele stroom spannende boeken heeft opgeleverd. Elders in deze brochure kun je er alles over lezen.
In 2020 werd bij mij de ziekte van Kahler vastgesteld. Uitgezaaide beenmergkanker. Ongeneeslijk. Het had er alle schijn van dat ik het jaar 2020 niet uit zou maken. Maar God geeft me nog steeds tijd. En nu ik afgekeurd ben en inmiddels met pensioen heb ik gelukkig alle tijd om te schrijven. En dat doe ik dan ook bijna dagelijks. Waarbij ik me er elke keer weer over verbaas dat het mij lukt om telkens nieuwe verhalen te verzinnen. Gelukkig laat mijn gezondheid het inmiddels ook weer toe dat ik spreekbeurten op scholen en in bibliotheken kan verzorgen.
Ik ben een gezegend mens.